CONTACTBLAD

vogelvereniging

 

“Partropika

Mei  2017

Bestuurssamenstelling :

Erevoorzitter                                                        G.J. Dalhuizen

 

Leden van verdienste                                            E. Zweekhorst

 

Voorzitter                                                             Rein Grefhorst  (Telefoon: 055 – 5414227)

 

Secretaris                                                             Cor Balk

                                                                               Motetstraat 1

                                                                               7323 LD  Apeldoorn

                                                                               Telefoon: 055 – 5222549 / 06 43257013

 

Penningmeester                                                      John Huigen (Telefoon: 055 - 5414807)

 

Redactie clubblad                                                   Kees van Maanen

Alg. Adjunct                                                           Telefoon: 055 – 3665628

 

Horeca                                                                   Piet Bouws  (Telefoon: 055 – 5427860)

 

CONTRIBUTIE bedraagt € 30,00 per jaar. Moet per vooruitbetaling betaald worden.

INSCHRIJFGELD bedraagt € 4,00 en moet gelijk met de eerste contributie betaald worden.

Huisgenoot leden € 15,00 per jaar.

U kunt het bedrag overschrijven op: Bankrekening   NL62INGB0653134630 t.n.v penningmeester “Partropika”,  of contant betalen tijdens de clubavonden, of op de vogelmarkten.

 

RINGENCOMMISSARIS.

Voor alle aangelegenheden betreffende ringen, kunt U contact opnemen met;

Johan de Hoop  Twijndersdonk 103  7326 BN  Apeldoorn Telefoon: 055 – 5413294

 

Materialen  Ab van Lohuizen tel: 5216748.

 

BEGELEIDINGSCOMMISSIE.

Zij heeft tot doel, daar waar er problemen zijn, of vragen over vogels, samen met u oplossingen te zoeken.

 

PARKIETEN                                                    Teun den Houdijker Telefoon: 055 – 5221472

 

EXOTEN/DUIVEN etc.                      Johan de Hoop Telefoon: 055 – 5413294

 

KLEUR en POSTUURKANARIES                     Rein Grefhorst Telefoon: 055 – 5414227

 

DAMESGROEP.

“Partropika” heeft een zeer actieve damesgroep, die o.a., de verloting op onze jaarlijkse tentoonstelling organiseert. De bijeenkomsten worden gehouden bij:

Diny Grefhorst  Warenargaarde 814 7329 GS Apeldoorn Telefoon: 055 – 5414227

VERGADERINGEN. (niet in juli en augustus)

Worden iedere derde maandag van de maand (aanvang 20.00 uur) gehouden in:

Wijkcentrum “De Groene Hoven" Koninginnelaan 280  7316 LD  Apeldoorn

VOGELMARKTEN.

Iedere eerste zaterdag van de maand van 9.30 tot 12.30 uur.

 

ZAADVERKOOP.

Bestellingen (055) 5221306 en op de vergaderavonden van 19.00-20.00 uur en in de pauze.

 

In april is er geen vergadering, is 2e paasdag.

 

Noteer alvast de lezing van Kees Bink op 19 juni 2017.

Thema's:

Kleurgrasparkiet

Roodruggen, zeker de mutaties.

Neophaema's

 

Vogelvoer bestellen Rik bellen!

Telefoon: 5221306

 

Iedere dinsdagavond kunt U voer halen in onze berging.

Geopend van 18.30-19.30 uur.

Ook tijdens de vogelmarkten of in de pauze op de contactavond 

Hierbij nodigen wij u uit voor onze clubavond op maandag 15 mei 2017.

Wijkcentrum “De Groene Hoven” Koninginnelaan 280 Apeldoorn.

Aanvang 20.00 uur.

 

Deze avond zal de heer Pieter van de Hooven een lezing verzorgen voor de exoten.

Zal die avond extra aandacht te geven aan de Gouldamandines.

 

 

Noteer ook alvast de lezing van Kees Bink op 19 juni 2017.

Thema's:

Kleurgrasparkiet

Roodruggen, zeker de mutaties.

Neophaema's

 

Het bestuur.

 

___________________

 

Roodrugparkiet.

 

Vervolg artikel roodrug.

Leefwijze

Deze vogels worden als regel paarsgewijs of in kleine groepen aangetroffen. Gedurende de wintermaanden vormen ze vaak grote groepen van wel 100 stuks of meer, waarbij de paarbinding binnen de groep blijft bestaan. Tijdens de broedtijd worden soms ook grotere groepen van enkel mannelijke vogels gesignaleerd. Roodrugparkieten gedragen zich voornamelijk als standvogel. Nochtans worden in de hogere regionen van de zuidelijke hoogvlakten van Nieuw-Zuid-Wales menigmaal onregelmatige standplaatsveranderingen waargenomen.

Men kan zich afvragen of de aldaar levende roodruggen als trekvogels te beschouwen zijn of slechts tijdens de wintermaanden afdalen naar lager gelegen gebieden.

Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit gras- en allerhande onkruidzaden alsmede allerlei groenteachtige plantendelen. In landbouwgebieden brengen ze graag een bezoek aan mijten en veldschuren met ongedorst graan.

Bij het krieken van de ochtend trekken de vogels naar de dichtstbijzijnde drinkplaats. Daarna begint hun zoektocht naar voedsel, waarvoor ze het grootste gedeelte van de dag tussen het gras op de grond doorbrengen, het liefst in de schaduw van de bomen. Ze tippelen, zoals bij ons de oeverlopers op het strand, driftig heen en weer waarbij ze voortdurend allerlei zaadjes en ander voedsel oppikken, vervolgens vliegen ze naar een beschaduwd plekje onder een andere boom en wordt het zoeken naar voedsel voortgezet. Als de zon op zijn hoogst staat, zoeken ze rust en verkoeling tussen het dichte bladerdek van bomen. Later in de middag keren ze opnieuw terug op de grond om te foerageren. In tegenstelling met veel andere parkietsoorten zoekt de roodrug zijn voedsel niet op de rijpende korenvelden en wordt omdat hij verder nauwelijks schade veroorzaakt ook niet door de boeren bevolking vervolgd. In tegendeel, menigmaal worden in sommige plattelandstreken nestkasten voor de vogels opgehangen.

Het broedseizoen in de wildbaan valt in de maanden augustus tot december/januari, maar in het noordelijk en westelijk deel van het verspreidingsgebied, breekt bij voldoende regenval het broedseizoen vaak al beduidend vroeger aan.

Als de broedtijd nadert kiezen de mannen een geschikte broedruimte, veelal een holle tak of een holte in een levende of dode boom in de buurt van water. De voorkeur gaat uit naar holten in eucalyptusbomen, maar er worden ook regelmatig nesten gevonden in holle afrasteringpalen, halfvergane boomstronken, verlaten spreeuwennesten in met riet bedekte daken van hooimijten en schuren en zelfs in verlaten broedholen van de regenboogbijeneter (Merops ornatus).

Het legsel bestaat uit 4 tot 7 eieren, in de regel echter uit 5 stuks. De eieren worden om de andere dag gelegd. Na het leggen van het tweede ei begint de pop te broeden, een taak die ze alleen verricht. Tijdens de broedperiode wordt ze door de man van voedsel voorzien. Zodra de man de nestholte nadert lokt hij de pop met wat gekwetter naar buiten en voert haar vervolgens in de onmiddellijke omgeving van het nest. Hierna keert ze meestal direct op het nest terug. Als de pop nog wat gaat drinken of even de vleugels wil strekken, blijft ze hooguit een kwartier weg, zo is uit waarnemingen gebleken. De broedduur is 19 dagen. De jongen blijven ongeveer 30 dagen in het nest. Na het uit vliegen worden ze nog 2 à 3 weken door beide ouders bijgevoerd. Eenmaal zelfstandig vormen ze samen met hun ouders en andere roodrugfamilies weer grotere groepen.

 

Algemene informatie

Begin vijftiger jaren van de negentiende eeuw komen de eerste roodrugparkieten naar Europa. In het jaar 1857 maakt de London Zoo als eerste melding van een geslaagd broedresultaat met deze soort. Duitsland volgt in 1863. In 1865 slaagt Baron Cornely in Nederland erin jongen van deze soort op stok te krijgen.

Roodrugparkieten zijn zeer geschikt voor de beginnende liefhebber.

Omdat het nogal actieve vogels zijn, vind ik ze minder geschikt om als huisdier in een kooi te houden.

Roodrugparkieten hebben bewezen uitstekende pleegouders te zijn voor rosellasoorten (Platycercus spp), prachtparkieten (Polytelis spp) doch ook voor grotere parkietachtigen als roodvleugels (Aprosmictus spp) en koningsparkieten (Alisterus spp) - wat de beide laatstgenoemde betreft - in ieder geval gedurende de eerste drie levensweken.

Gedrag

Sterke vogel die ook goed bestand is tegen koude; rustige vogel; beweeglijk en actief; niet schuw; stemgeluid is bijzonder melodieus en niet luid, zeker niet storend; broedlustig; komen graag en veel op de grond; baden graag; niet bijzonder knaaglustig. In de broedtijd agressief tegenover andere vogels; buiten de broedtijd geeft het samenhouden met soortgenoten en andere grotere vogelsoorten nauwelijks problemen.

Huisvesting en verzorging

Paarsgewijs in buitenvolière; minimale afmetingen (lxbxh) 3 x 1 x 2 m met een aansluitende wind- en regenvrije overkapping met een bodemoppervlakte van 1 m² waaronder de nestkast wordt opgehangen. Wegens hun agressiviteit tijdens de broedperiode tegenover andere soorten, is het niet raadzaam soortgenoten of andere Psephotussoorten pal naast elkaar te huisvesten want dan komt er waarschijnlijk van broeden weinig terecht. Verse wilgen- of fruitboomtakken (onbespoten) als zitstokken bevredigen hun knaaglust en dragen ertoe bij dat de vogels het houtwerk van de volière met rust laten. Dagelijks vers badwater verstrekken. Regelmatig op wormen controleren en zonodig wormkuur geven.

Voeding

Als basisvoedsel dient men een gevarieerd zaadmengsel te verstrekken waarin de volgende zaden in de aangegeven hoeveelheden zijn verwerkt: 48% La Plata millet; 6% rode millet; 6% witzaad; 8% boekweit; 4% negerzaad; 4% hennep; 4% padie (ongepelde rijst); 4% gepelde haver; 6% tarwe; 2% lijnzaad; 8% zonnebloempitten. Verder eivoer (gerantsoeneerd), enkele keren per week een paar meelwormen, allerhande groenvoer, vooral halfrijpe graszaden, halfrijpe onkruidzaden, appel, rozenbottels en wortel. Natuurlijk zorgen we ervoor dat fris bad- en drinkwater, scherpe maagkiezel en grit steeds ter beschikking staan.

In de broed- en ruitijd worden dezelfde zaden aangeboden, maar zijn de percentages als volgt aangepast: 30% La Plata millet, 4% rode millet; 12% witzaad; 6% boekweit; 8% negerzaad; 4% hennep; 4% padie; 8% gepelde haver; 6% tarwe; 2% lijnzaad; 16% zonnebloempitten. Dagelijks ongelimiteerd eivoer geven, d.w.z. zoveel de vogels op willen nemen. Eivoer eventueel rul maken met gekiemd zaad of geraspte wortel. Als er jongen zijn elke dag wat meelwormen verstrekken. Daarnaast kan men nog in melk geweekt oud bruinbrood en gekiemd zaad aanbieden.


Fok

Lukt bij een goede verzorging bijna altijd en verloopt meestal probleemloos. De roodrugparkiet is gemakkelijk in de partnerkeuze, d.w.z., man en pop accepteren elkaar vrijwel altijd. Mede hierdoor zijn deze vogels uitermate geschikt zijn voor de beginnende parkietenhouder.

Voor de fok moeten de vogels tenminste 1 jaar oud zijn. Broedbegin in buitenvolière vanaf begin april, in binnenvluchten vanaf maart. Een zelfgemaakte nestkast met een binnenwerkse oppervlakte van 15 x 15 en een hoogte van 40 cm en een invlieggat van 5 à 6 cm doorsnede voldoet uitstekend. Op de bodem een laag vermolmd hout of een mengsel van turfmolm en spaanhout aanbrengen.  De nestkast in het overdekte gedeelte van de volière ophangen.

De eieren worden om de andere dag gelegd; legselgrootte variërend van 4 tot 6 eieren, soms oplopend tot 7. Na het leggen van het tweede ei begint de pop te broeden. De pop broedt alleen en wordt gedurende deze periode door de man gevoerd. Daartoe verlaat de pop telkens voor korte tijd de nestkast. De broedduur is 19 dagen. De jongen hebben als ze uit het ei komt van boven lang en dicht dons, van onder en op het midden van de kop is het dons kort en spaarzaam. De eerste dagen worden de jongen uitsluitend door de pop gevoerd. De man sleept het voedsel aan. Wanneer de jongen ongeveer een week oud zijn worden ze door beide oudervogels gevoerd. Als de ogen opengaan kunnen de jonge vogels geringd worden; ringmaat 5,0 - 5,4 mm. De nesttijd bedraagt ruim 4 weken. Wanneer de jongen uitvliegen zijn ze duidelijk matter van kleur dan de oudervogels. De geslachten zijn echter al in het nest te herkennen doordat de jonge mannen een veel diepere groene kopkleur hebben en op de stuit al wat rode veertjes laten zien. Na het uitvliegen worden de jongen nog ongeveer 2 weken door de oudervogels gevoerd, een dag of tien later - soms al iets eerder - moeten de jongen dan worden uitgevangen omdat de pop dan weer aan een volgend legsel begint. Drie broedsels per jaar zijn mogelijk, maar om uitputting van de ouderdieren te voorkomen is het beter na twee broedsels het broedblok weg te nemen.

Het duurt een maand of 6 – 7 tot jonge roodruggen het volwassen verenkleed tonen.

Mutaties

Bij de roodrugparkiet zijn inmiddels al verschillende mutaties bekend. Het gaat om kleurmutaties die we ook al van verschillende andere papegaaiachtigen kennen. Voor de volledigheid zet ik de kenmerken en verervingswijze van deze mutaties nog even op een rijtje.

Blauw

De blauwe mutant is het gevolg van een zogeheten psittacinemutatie waarbij de vogel het vermogen mist psittacine aan te maken.

Het is een autosomaal verervende mutatie met een recessieve kenmerkvorming. Het allelisch symbool van deze mutatie is bl; wildvorm bl+

Aqua

Ook de aqua-mutant is het gevolg van een psittacinemutatie die een ongeveer 50% sterke reductie van het psittacine in de lichaamsbevedering veroorzaakt.

In liefhebberskringen wordt de aqua-mutant nog vaak met de oude benaming “zeegroen” aangeduid. De internationale benaming voor de kleurslag is echter aqua.

Ook de aqua vererft autosomaal en is recessief ten opzichte van de groene wildkleur.

Genetisch symbool: blaq (meervoudig allel van bl); wildvorm bl+

De donkerfactoren

Bij de roodrugparkiet onderscheiden we verschillende donkernuances in de kleur.

Deze donkernuances worden veroorzaakt door veranderingen van de baardstructuur als gevolg van een gemuteerde erfelijke factor, de zogenaamde donkerfactor. De donkerfactor vererft autosomaal en is onvolledig dominant over de wildkleur.

Genetisch symbool voor de donkerfactor: D; wildvorm D+

De wildvorm roodrugparkiet bezit geen donkerfactoren (bl+_D+/bl+_D+), vandaar de kleurbenaming (licht)groen. De D-groene (donkergroene) roseicollis bezit één donkerfactor (bl+_D+/bl+_D), de DD-groene (olijfgroene) heeft twee donkerfactoren (bl+_D/bl+_D).

Hetzelfde geldt voor de blauwe mutant en de aqua: blauw = geen donkerfactor, D-blauw = één donkerfactor, DD-blauw = twee donkerfactoren; zo ook aqua geen donkerfactor, D-aqua één donkerfactor, DD-aqua twee donkerfactoren.

Ino

De benaming ino is afgeleid van albino en wordt in fokkerskringen veelal gebruikt als verzamelnaam voor de kleurslagen lutino, aqua-ino en albino.

De SL-ino mutatie (SL = Sex Linked = geslachtsgebonden) veroorzaakt zwaar misvormde en onderontwikkelde melanosomale matrixen in de bevedering. De tyrosinase activiteit wordt door deze mutatie echter niet aangetast, vandaar de term tyrosinase positief albinisme (TYR-pos). Door de gebrekkige grootte en vorm van de matrixen wordt er nauwelijks eumelanine aangemaakt, in ieder geval geen met het blote oog waarneembare hoeveelheden. Wat we zien is een pigmentloze bevedering, hetgeen albinisme wordt genoemd.

De ino-mutatie vererft geslachtsgebonden of beter, is gekoppeld aan het Z-chromosoom (Z voorheen aangeduid als X) en recessief ten opzichte van de wildfactor (lees: ongemuteerde inofactor).

Genetisch symbool ino; wildvorm ino+

De ino-man wordt als Z ino/Z ino geschreven de ino-pop als

Z ino/W (W voorheen aangeduid als Y).

Pallid

De pallid-factor (voorheen pastelfactor) vererft eveneens gekoppeld aan het Z-chromosoom en is recessief ten opzichte van de wildfactor (lees: ongemuteerde pallid-factor).

Genetisch symbool: inopd (meervoudig allel van ino); wildvorm ino+

De pallidman wordt als Z inopd/Z inopd ; de pallidpop als Z inopd/W geschreven.

Opaline

De opalinefactor veroorzaakt een herverdeling van de in de vogel aanwezige kleurstoffen eumelanine en psittacine.

De opalinefactor vererft gekoppeld aan het Z-chromosoom en is recessief ten opzichte van de wildvorm.

Genetisch symbool: op; wildvorm op+

De opalineman wordt als Z op/Z op geschreven, de opalinepop als Z op/W

Cinnamon

De cinnamonmutatie verhindert de laatste fase van de pigmentsynthese waardoor bruin in plaats van zwart melanine wordt gevormd.

De cinnamonfactor vererft geslachtsgebonden of beter, is gekoppeld aan het Z-chromosoom en recessief ten opzichte van de wildfactor (lees: ongemuteerde cinnamonfactor).

Genetisch symbool cin; wildvorm cin+

De cinnamon-man wordt als Z cin/Z cin geschreven de cinnamon-pop als Z cin /W .

Bont

Men onderscheidt bij de roodrugparkiet twee bontmutaties:

  1. Een bontmutatie met dominante kenmerkvorming;

Symbool voor dominant bont: Pi; wildvorm Pi+

Noot: de dominant bonte roodrugparkiet is nog vrij zeldzaam.

  1. Een bontmutatie met recessieve kenmerkvorming.

Symbool voor recessief bont: s; wildvorm s+

Fallow

In het parkietenwereldje zijn verschillende fallow-mutaties bekend.

Waarschijnlijk gaat het bij de roodrugparkiet om de zogeheten *bronze* fallow. Wat uiterlijk betreft, lijkt het daar op, maar zonder gedegen onderzoek is dat niet met zekerheid te zeggen. Hoe dan ook, alle fallowmutaties vererven autosomaal en zijn recessief ten opzichte van de wildvorm.

Als het vermoeden bevestigd wordt dat het inderdaad om het *bronze fallowtype* gaat dan is het genetisch symbool abz; voor de wildvorm schrijft men dan a+.

Tekst: H.W.J. van der Linden

________________________________________________________________________________

Rechter zet streep door huisdierenlijst.

Het Platform Verantwoord Huisdierbezit (PVH) heeft eindelijk een eerste belangrijk succes geboekt in de strijd tegen de Positieflijst. De bezwaren zijn onlangs door de rechter erkend. Het Colle van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft geoordeeld dat de door het ministerie gebruikte methode om soorten te verbieden onwettig is.

Dat oordeel van de rechter houdt in dat niet alleen de Positieflijst van 1 februari 2015 van tafel is, ook de Positieflijst die op 1 juli 2017 van kracht had moeten worden is daarmee onwettig verklaard.

Bij de eerste lijst ging het o.a. om Muntjaks (een klein hertje) en Mazama's en bij de tweede was het al een lijst met 153 zoogdiersoorten. Het ministerie is er niet in geslaagd de uitspraak tegen te houden ondanks het feit dat alle middelen zijn gebruikt om deze uitspraak te voorkomen. Daartoe zijn vooral vertragingstactieken ingezet die uiteindelijk dus niet hebben mogen baten.

Heel belangrijkste van deze uitspraak is dat hij van toepassing is voor alle bijzonder diersoorten. De antidierhouderij-groeperingen hebben eind maart hebben nog geprobeerd om zo snel mogelijk een Positieflijst voor vogels en herpeten (terraria) samen te stellen met dezelfde nu verworpen methode. Ook dat gaat nu met het oordeel van deze rechter niet door.

--------------------------------------------------------------------------------------

Beste leden.

In de laatste bijeenkomst van Partropika ontstond wat verwarring over het verkrijgen van kunststof ringen in het komende kweekjaar (2018).

Daarover bestaat nu in elk geval duidelijkheid omdat in de laatste bestuursvergadering definitief besloten is om m.i.v. kweekjaar 2018 deze ringen te gaan verstrekken. Daartoe zal het reeds verspreide ringenformulier worden aangepast en op de website worden geplaatst.

Omdat het “oude”  ringenformulier geen kunststof ringen vermeldde zijn ook bij andere afdelingen vragen daarover gerezen. De verhoogde prijs blijft gehandhaafd en ook het aantal maten dat verkrijgbaar is zal worden gelimiteerd.

Overigens zijn de ringen niet in de eerste bestelronde te bestellen maar pas in de tweede ronde. Uitlevering zal dus pas later gebeuren. Een en ander is binnenkort te lezen op de site.

Ik meld dit omdat ik had toegezegd een en ander na te gaan. Het lijkt me goed hierover een berichtje te plaatsen in het clubblad.

Groet,
Onno Bijlsma

--------------------------------------------------------------------------------------

Voor u gelezen

Behalve bezig zijn met vogels is lezen een van mijn andere hobby's. Op mijn zoektocht naar interessante weetjes kwam ik in het blad JUIST van Elsevier een artikel tegen van Annemarie Bergfeld met foto's van Ingrid Raven dat mijn aandacht trok en waarvan de inhoud voor mij ook helemaal nieuw was. Ik maak u er graag in een aangepaste versie deelgenoot van.

Onno Bijlsma

Flamingo's in de delta

Voor de meesten van ons zijn flamingo's verbonden met warm weer en de tropen dan wel subtropen. Dat blijkt toch niet helemaal te kloppen. Want zoals in het hele dierenrijk geldt ook hier weer de uitzondering. Wist u namelijk dat ons land een kolonie flamingo's telt. Ik in ieder geval niet maar het is echt waar. In de Grevelingen, bij het haventje van Battenoord op Goeree-Overflakkee, blijkt een kleine kolonie van zo'n 60 exemplaren te verblijven. Een groep die al langer in deze wateren verblijft maar een tijdje verder van de kust.

Daar vielen ze niet zo op en daarom bleef het dus vrijwel onopgemerkt.

Ze kunnen er het hele jaar verblijven dankzij de aanwezigheid van zout in het, water waardoor het niet bevriest en met het voedsel zit het ook wel goed.  Bovendien zitten ze zodanig gepositioneerd dat ze gevaar van een flinke afstand aan zien komen en dat vinden ze wel prettig. Volgens de boswachter wisselt het aantal vogels en meestal arriveren ze in kleine groepjes tot zo'n zestig in totaal.

Exotische pracht die in aantal overigens langzaam groeit, waren er eerst enkelen inmiddels kan dus gesproken worden van enkele tientallen en dat is een prachtige aanwinst vooral dankzij de roze kleurenpracht die de vogels mee brengen.

Flamingo's blijken in het wild ouder te worden dan aanvankelijk werd gedacht. Uitgegaan werd van ongeveer 30 jaar, maar het ringen van de vogels heeft duidelijk gemaakt dat ze veel ouder kunnen worden. In gevangenschap kunnen ze zelfs een hoge leeftijd bereiken. In een Australische dierentuin bereikte een flamingo zelfs een leeftijd van 83 jaar. In Australië komen ze overigens niet meer voor omdat de zoutmeren in de binnenlanden opgedroogd zijn. Daarmee zijn noodzakelijke dingen die aanwezig moeten zijn in hun habitat verloren gegaan met alle gevolgen vandien. Flamingo's broeden tot op hoge leeftijd. Er zijn voorbeelden van vogels bekend die de zestig al bereikt hadden en toch nog bij het broedproces betrokken waren. Ze leggen overigens maar 1 ei per keer en soms slaan ze gewoon een aantal jaren over. Qua populatie zijn ze dus kwetsbaar met als gevolg dat hun aantal ook maar langzaam kan groeien.

In ons land biedt de Grevelingen een prima verblijf. Door een kleine spuisluis in de Grevelingendam wordt nog steeds water met de Noordzee uitgewisseld en daardoor is het water nog steeds zout. De spuisluis is niet voldoende om het getij in stand te houden maar er wordt wel een winter- en zomerpeil aangehouden. Door deze aanpak zijn er in de Grevelingen ook tal van andere vogels aanwezig. Kustbroeders als de grote stern en de strandplevier nestelen soms met duizenden tegelijk op de kale zand- en schelpenplaten buiten de dijken. De mens helpt een handje om te zorgen dat ze kunnen blijven broeden. Om te voorkomen dat die platen begroeid raken wordt het water bij het winterpeil ongeveer 8 centimeter verhoogd.

 

Broeden doen de vogels niet in de Grevelingen daarvoor is het te onrustig. Ze verkeren er in de herfst- en winterperiode. Als ze naar de Zuidhollandse en Zeeuwse wateren komen maken ze steevast aan tussenstop in Elburg. Dat doen ze ook terug en ze zijn dan op weg naar Groenlo om te kijken of de broedomstandigheden in het Zwillbrocker Venn al gunstig zijn. De groep flamingo's bestaat uit verschillende soorten. De meeste zijn Chileense flamingo's, een aantal valt onder de Europese soort (ook wel grote flamingo) en er is een Caribische vogel bij die het meest felgekleurd is en daardoor gemakkelijk herkenbaar. Als de groep in het najaar overigens aan de kust arriveert zijn ze bijna al hun kleur kwijt. Bovendien zijn de veren beschadigd en bleek geworden in de zomerzon. In de rui tijdens de winter wordt dat beetje bij beetje vervangen.