CONTACTBLAD

vogelvereniging

 

“Partropika

Oktober 2017

Bestuurssamenstelling :

Erevoorzitter                                                        G.J. Dalhuizen

 

Voorzitter                                                             Rein Grefhorst  (Telefoon: 055 – 5414227)

 

Secretaris                                                             Cor Balk

                                                                               Motetstraat 1

                                                                               7323 LD  Apeldoorn

                                                                               Telefoon: 055 – 5222549 / 06 43257013

 

Penningmeester                                                      John Huigen (Telefoon: 055 - 5414807)

 

Redactie clubblad                                                   Kees van Maanen

Alg. Adjunct                                                           Telefoon: 055 – 3665628

 

Horeca                                                                   Piet Bouws  (Telefoon: 055 – 5427860)

 

CONTRIBUTIE bedraagt € 30,00 per jaar. Moet per vooruitbetaling betaald worden.

INSCHRIJFGELD bedraagt € 4,00 en moet gelijk met de eerste contributie betaald worden.

Huisgenoot leden € 15,00 per jaar.

U kunt het bedrag overschrijven op: Bankrekening   NL62INGB0653134630 t.n.v penningmeester “Partropika”,  of contant betalen tijdens de clubavonden, of op de vogelmarkten.

 

RINGENCOMMISSARIS.

Voor alle aangelegenheden betreffende ringen, kunt U contact opnemen met;

Johan de Hoop  Twijndersdonk 103  7326 BN  Apeldoorn Telefoon: 055 – 5413294

 

Materialen  Ab van Lohuizen tel: 5216748.

 

BEGELEIDINGSCOMMISSIE.

Zij heeft tot doel, daar waar er problemen zijn, of vragen over vogels, samen met u oplossingen te zoeken.

 

PARKIETEN                                                    Teun den Houdijker Telefoon: 055 – 5221472

 

EXOTEN/DUIVEN etc.                                    Johan de Hoop Telefoon: 055 – 5413294

 

KLEUR en POSTUURKANARIES                  Rein Grefhorst Telefoon: 055 – 5414227

 

DAMESGROEP.

“Partropika” heeft een zeer actieve damesgroep, die o.a., de verloting op onze jaarlijkse tentoonstelling organiseert. De bijeenkomsten worden gehouden bij:

Diny Grefhorst  Warenargaarde 814 7329 GS Apeldoorn Telefoon: 055 – 5414227

VERGADERINGEN. (niet in juli en augustus)

Worden iedere derde maandag van de maand (aanvang 20.00 uur) gehouden in:

Wijkcentrum “De Groene Hoven" Koninginnelaan 280  7316 LD  Apeldoorn

VOGELMARKTEN.

Iedere eerste zaterdag van de maand van 9.30 tot 12.30 uur.

 

ZAADVERKOOP.

Bestellingen (055) 5221306 en op de vergaderavonden van 19.00-20.00 uur en in de pauze.

 _______________________________________________________________________________ 

Vogelvoer bestellen Rik bellen!

Telefoon: 5221306

 

Iedere dinsdagavond kunt U voer halen in onze berging.

Geopend van 18.30-19.30 uur.

Ook tijdens de vogelmarkten of in de pauze op de contactavond 

________________________________________________________________________________

Vogels zijn kijkdieren

Niet iedere vogel heeft hetzelfde oog

Ogen zijn voor vogels heel belangrijk. Zonder kunnen ze niets en zijn ze ten dode opgeschreven. Net als de mens heeft een vogel twee ogen maar dat is ook zo ongeveer de enige vergelijking die op gaat. Voor de rest zijn er legio verschillen tussen mens en dier en daarnaast kennen vogels onderling ook nog eens grote verschillen als het gaat om kijken.

Wie mens en vogel vergelijkt, ziet uiteraard meteen dat de plaats van de ogen totaal verschillend is. Immers bij de vogel zitten ze aan de zijkant van de kop en bij de mens in het aangezicht. Die stand van de ogen geeft beperkingen die overigens ruimschoots worden gecompenseerd door aanpassingen die moeder natuur bij de vogel heeft aangebracht. Van het oog van de vogel zien we aan de buitenkant maar een klein deel. Verreweg het grootste deel zit van binnen. Het oog is daarmee veel groter dan dat van de mens. Niet alleen in verhouding tot de kop maar ook het "binnendeel"is omvangrijker. Daarmee is meteen bepaald dat de omvang van de hersenen maar heel klein is en ook dat er weinig ruimte is voor spieren. Het gevolg van dat laatste is weer dat een vogel veel moet draaien met zijn kop om alles te kunnen zien. Juist dat draaien met de kop is iedere vogelliefhebber bekend. Wat elke vogelliefhebber ook kent is het zgn "derde oog". Met die uitdrukking bedoelen we het knipvlies dat aan de buitenzijde van het oog zit. De functie daarvan is te vergelijken met wat wij doen als we knipperen met de ogen. Daarmee houden we het oog vochtig en schoon en in feite doet het knipvlies, dat horizontaal over de oogbol beweegt, bij de vogel niets anders.

Ogen van vogels kennen wel overeenkomsten met die van mensen. Zo hebben ze ook een netvlies met staafjes en kegeltjes.

De staafjes zijn bedoeld voor licht en donker en de kegeltjes helpen bij het onderscheiden van kleuren plus het realiseren van een scherp beeld. Midden in het netvlies zit de gele vlek die voor de laatste twee zaken essentieel is.

Bijzonder is dat roofvogels nog een kleine tweede gele vlek hebben. Juist voor die groep vogels bijzonder belangrijk omdat die het dier helpt bij het juist schatten van de afstand.

Als je naar de ogen kijkt kun je vogels in vier groepen indelen. Allereerst de dagvogels. Zij hebben een breed netvlies op een platte oogbol. Daarmee kunnen ze een groot deel van de omgeving zien. Dan zijn er de roofovgels met een boller oog. Dat biedt de mogelijkheid om een kleiner deel van de omgeving te zien, maar wel veel meer details. Het netvlies van een roofvogel is 4 tot 8 maal gevoeliger dan dat van de mens. Vandaar de mogelijkheid voor de details. Zo ziet een torenvalk een mus van 50 meter afstand op een tak zitten. De derde groep zijn de uilen met een oog dat aangepast is voor het donker waarin minder scherpte. Daar staat weer tegenover een meer dan uitstekend gehoor waardoor ze in het donker kunnen jagen. Uilen zien overigens geen kleur. En dan zijn er de siervogels die nachtblind zijn. Ze zien in het donker niets en schrikken van elk geluid. Vandaar dat vogelhouders vaak in vogelverblijven een heel klein nachtlampje aanbrengen. Het voorkomt schade bij het onverhoeds opvliegen in de kooein of de volière.

 

Voor een vogel is de omvang van het gezichtsveld belangrijk om te kunnen overleven. Zo ziet een mens 160 graden maar een duif 340. Sommige vogels kunnen de oogbol in de kas bewegen. Bijvoorbeeld de nachtzwaluw, de roerdomp en de koekoek. Veel vogels kunnen ook ultraviolette stralen zien. Daartoe hebben ze een speciaal kegeltje dat de golflengte voor uv-licht kan onderscheiden. Voor vogels belangrijk omdat het een rol speelt bij de vogeltrek. Op die manier bepalen ze de stand van de zon zelfs als die bedekt is door wolken. Zo kunnen ze dus de weg naar het zuiden dan wel het noorden vinden.

Vogels met een korte snavel hebben een beter zicht dan vogels met een lange snavel. Net als de mens kunnen vogels hun ogen richten op een punt.

Ze focussen dan op hetzelfde punt maar de reikwijdte van dat binoculaire zicht wordt bepaald door de lente van de snavel.

Amerikaanse biologen hebben daar tot in detail onderzoek naar gedaan. Ze ontdekten dat de reikwijdte van het binoculaire zicht flink verschilt tussen de verschillende soorten. Waarom dit belangrijk is,  heeft te maken met de diepte die een vogel kan zien en daarmee dus ook de afstand die hij kan inschatten.

Vogels met een langere snavel hebben meer blinde vlekken voor hun kop dan vogels waarvan de snavel korter is.

________________________________________________________

Binsenastrilde

 

De binsenastrilde (Neochmia ruficauda) is een opvallend klein vogeltje met zijn zilverwit gespikkelde buik, en oranje tot rode kop een mooie volière vogel. Maar waar komt deze vogel vandaan? Wat eet hij, en hoe zie je wat een man of pop is? 

 Links man, rechts pop

 

 Binsenastrildes in het wild

Om bij het begin te beginnen, de binsenastrilde leeft hoofdzakelijk in noord, oost en west Australië. De binsenastrilde kent 3 ondersoorten;

  • Neochmia ruficauda subclarescensKomt hoofdzakelijk voor in het noordelijk/noordwestelijk deel van Australië
  • Neochmia ruficauda clarescens Komt hoofdzakelijk voor in noordoostelijk Australië. Gele buik, word door kwekers veel gehouden
  • Neochmia ruficauda ruficauda Komt hoofdzakelijk voor in oostelijk Australiè

De binsenastrilde is met een grootte van 11 tot 12 centimeter vergelijkbaar met een zebravink.

Geslachtsonderscheid.

 De mannetjes hebben een veel groter, en vaak dieper gekleurd masker (zie foto). Dit geld ook voor de geel-masker Binsenastrilde. Daarnaast is de buik ook donkerder van kleur bij de mannetjes.

Binsenastrildes voeding

Binsenastrildes eten een goede mengeling voor tropische vinken zoals in de handel verkrijgbaar. Daarnaast kunt u dit mengsel aanvullen met onkruidzaden. Naast de zaden eten binsenastrildes graag groenvoer zoals fruit of onkruid. Dit kunt u ook realiseren door bijvoorbeeld planten in de volière zetten.

Zoals bij alle vogels dient u de binsenastrilde altijd grit, sepia en maagkiezel beschikbaar te stellen. In de rustperiode geeft u ook 2-3 keer per week een portie eivoer. In de kweek en rui periode dagelijks eivoer verstrekken. Vers (bad)water mag uiteraard nooit ontbreken. Levend voer word ook op prijs gesteld, maar verstrek dit met mate. Bijvoorbeeld (geknipte) buffalowormen of pinkys.

 Binsenastrilden in de volière.

Binsenastrildes hebben een erg verdragend sociaal karakter. Ze kunnen daardoor prima in de (gezelschap) volière gehouden worden. In de volière zullen zij andere vogels met rust laten en gewoon hun eigen gang gaan. In de kweekperiode zullen ze wel het nest beschermen, maar elke vogel zal dit doen. U kunt de vogel uiteraard ook in een (kanarie)kooi of kamervolière houden. Ook het kweken in broedkooien behoort tot de mogelijkheden. Een minimale maat van 40x60x40cm raad ik aan, zeker niet kleiner dan 40x40x40cm (LxBxH). Omdat binsenastrildes altijd actief zijn is het een mooie verschijning in de volière. Ze zullen uw volière helemaal tot leven laten komen.

In de volière dienen de binsenastrildes een nachthok te hebben waar zij zich terug kunnen trekken. Dit nachthok dient vorst, tocht en watervrij te zijn. Alhoewel de vogel een tere indruk maakt zijn ze goed winterhard. Let er alleen bij vorst op dat uw nachthok vorstvrij blijft (bijvoorbeeld door een kleine verwarming) Zo kunnen de vogels de winter goed doorkomen.

 Binsenastrildes kweken.

 Het kweken van binsenastrildes gaat zoals bij veel vinken het beste in zogenaamde kweekkooien. Hier kunt u selecteren welke man met welke pop paart. Maar in de volière kweken binsenastrildes ook met goede resultaten. Zorg dat u in de volière genoeg nestgelegenheden ophangt. De binsenastrildes maken hun nestje dan in deze halfopen nestkastjes.

Ook vrije nestjes bijvoorbeeld in een struik worden soms gebouwd. Controleer dan even of het nest stabiel genoeg is, en verwijder het anders.  Het kan een teken zijn dat de nestkastjes niet gewaardeerd worden.

Als u wilt kweken met binsenastrildes is het belangrijk vogels te nemen die minimaal een jaar oud zijn, liever nog wat ouder. Te jonge vogels zijn nog niet volledig geestelijk voorbereid op de kweek en kunnen daardoor hun nest vroegtijdig verlaten. Er worden eitjes gelegd, en hier word eventueel een paar dagen op gebroed maar daarna verlaten de ouders het nest. Dit komt het vaakst voor bij (te) jonge vogels.

Als het nest gebouwd is zal het popje 4 tot 6 eitjes leggen. Deze worden door beide geslachten bebroed tot uiteindelijk na 12 tot 13 dagen de eitjes uitkomen. De uitgekomen jongen worden door beide ouders gevoerd. Na 3 weken vliegen de jongen uit. Ze worden daarna nog 2 tot 3 weken gevoerd door de ouders alvorens ze zelfstandig zullen gaan eten. Na een half jaar begint de kleur van de jonge binsenastrildes al goed door te komen. Maar op een leeftijd van een jaar zijn ze pas echt op hun volwassen kleur.

Een goed paartje binsenastrildes kan 2 tot 3 legsels per jaar groot brengen. Zorg ervoor dat het niet meer dan 3 legsels per jaar worden omdat de pop dan uitgeput kan raken, en te weinig tijd heeft weer in conditie te komen voor het volgende kweek seizoen. Als de jongen er zijn dient u dagelijks ook een kleine hoeveelheid fruitvliegjes of bladluis beschikbaar te stellen naast het eivoer. De binsenastrildes voeren dit namelijk aan hun jongen.

 Binsenastrilde mutaties.

 Bij de binsenastrilde zijn meerdere mutaties bekend. De belangrijkste zijn de geelmasker binsenastrilde. (ook bekend als geelsnavel binsenastrilde). Deze mutatie heeft in tegenstelling tot de wildkleur een oranje tot geel masker, en een oranje-gele snavel. Het geslachtsonderscheid berust nog steeds op de grootte van het masker, en de kleur van de buik. Er zijn ook bonte en gele binsenastrildes. Als laatste is de pastel binsenastrilde inmiddels ook goed ingeburgerd.

Met dank aan voliere-info.nl

_______________________________________________________________________________

Voeding voor Valkparkieten

In de natuur zijn valkparkieten een groot deel van de dag bezig met het

zoeken naar voedsel in gevangenschap zit het al in zijn voerbakje en is zo

een groot deel van de dag indeling te niet gedaan van de valkparkiet.

Geef daarom een grote verscheidenheid aan voedsel. Begin hier vooral

jong mee zodat de valkparkiet alles ook leren  eten.

Mocht de valkparkiet opeens minder eivoer eten dat wil niet zeggen

dat het niet meer gevoerd hoeft te worden.   En met alle voeding soorten die hier beschreven worden buiten het basisvoer om: teveel ergens van is nooit goed voor de valkparkiet.

Voeding voor Valkparkieten

In de natuur zijn valkparkieten een groot deel van de dag bezig met het zoeken naar voedsel in gevangenschap zit het al in zijn voerbakje en is zo een groot deel van de dag indeling te niet gedaan van de valkparkiet.  Geef daarom een grote verscheidenheid aan voedsel. Begin hier vooral jong mee zodat de valkparkiet alles ook leert eten.  Mocht de valkparkiet opeens minder eivoer eten dat wil niet zeggen dat het niet meer gevoerd hoeft te worden.  En met alle voeding soorten die hier beschreven worden buiten het basisvoer om: teveel ergens van is nooit goed voor de valkparkiet.  En dagelijks verversen is ook erg belangrijk!

Basisvoeding
Bij de dierenspeciaalzaak zijn zakken voer verkrijgbaar voor grote parkieten of valkparkieten. De voedingswaarde neemt na verloop van tijd af, koop daarom altijd kleinere hoeveelheden. Bij de winkel worden regelmatig voer aangevuld. Oud voer smaakt voor de valkparkiet ook minder lekker. Het voer zal dagelijks gecontroleerd moeten, let op de valkparkiet pelt de zaden waardoor de hulzen terug vallen in de voerbak. Hierdoor lijkt de voerbak gevuld maar is in werkelijkheid leeg. Geef het voer altijd in de morgen, dan neemt de valkparkiet de meeste voeding tot zich.  Geef nooit in de avond voer, de valkparkiet wacht dan tot de volgende
dag met eten.

Eivoer
Ook een basis behoefte van de valkparkiet. Geef dagelijks schoon en nieuw eivoer, sommige eivoer product zijn te "rullen" (vochtig maken) lees hiervoor wel eerst de gebruiksaanwijzing. Er zijn ook eivoer producten met  insecten toegevoegd, dit geeft een goede afwisseling voor de valkparkiet.  Eivoer is ook erg goed te mengen met fruit, groenten en andere  voedingsmiddelen. Let wel op dat dit alles snel bederft en bij hoge tempraturen vaker vervangen moet worden.

Trostgierst
De lievelings maaltijd van elke valkparkiet. Geef hiervan nooit te veel, niet meer dan 1 a 2 strengen per week per valkparkiet.
De valkparkiet eet dan namelijk alleen nog maar trostgierst en zal de andere voedingsmiddellen niet meer nuttigen.

 Fruit
Een stukje appel, peer , mandarijn of sinaasappel wordt ook altijd gewaardeerd,
dit kan ook gemengd worden door het eivoer.
Houdt er wel rekening mee dan het bederft. Een beetje kiwi of zelfs een
halve kiwi is ook leuk om te voeren, de valkparkiet is dat tijden druk met de
kiwi en er zitten ook nog eens zaadjes in. Denk ook eens aan aardbeien,
rode bessen, kersen enzovoort, de valkparkiet ziet er na de maaltijd dan
wel verschrikkelijk uit. Meestal zitten ze dan helemaal onder de aardbei,
dit kan echter geen kwaad.

Lekkernij
Een schijfje hard gekookt ei, waarbij het de valkparkiet alleen gaat om  het eiwit, is een echte aanrader. Probeer ook eens een pinda (eventueel met dop) te voeren  of noten, op walnoten zijn ze ook erg gek. Op knabbelstaven kunnen ze uren knagen en het is nog goed voor ze ook.  Dit zijn houten stokken met daar rondom zaden met honing geplakt.  De valkparkiet moet hiervoor veel moeite doen om de zaden los te krijgen.  Dit is ook goed tegen verveling. Deze staven zijn verkrijgbaar bij bijna elke dienspeciaalzaak.

Mineralen
Voor een goede opbouw van het skelet en het onderhouden daarvan is  het belangrijk bronnen hiervoor aan te bieden. Een stukje sepia en een kalk- of mineraalblokje mag daarom niet ontbreken in de kooi.  Het toevoegen van grit (oestergrit) aan het eivoer of apart verstrekken in een zogenaamd snoepvoerbakje is een belangrijke calciumbron.  Een valkparkiet neemt hiervan naar behoefte, soms een hele tijd niet, maar het moet altijd beschikbaar zijn.

Kiezel
De kiezel is van belang voor de maagspier van de valkparkiet. Als er geen kiezel aanwezig is kan de maagspier verslappen en dat is slecht voor de spijsvertering. De kiezel vermaalt de zaden zoals mensen het met de tanden en kiezen doen.  Een valkparkiet neemt hiervan naar behoefte, soms een hele tijd niet,  maar het moet altijd beschikbaar zijn. Roodsteen en houtskool worden vaak toegevoegd aan kiezel of grit.  Maar beiden zijn meer schadelijk dan nuttig.  Ze nemen stoffen op uit de darm of laten het darmkanaal tot rust komen.  Deze zouden dus alleen versterkt moeten worden als geneesmiddel.  Kiezel en grit vermengd met roodsteen of houtskool niet verstrekken.

Water
Er moet altijd vers water voor de valkparkiet aanwezig zijn. Op kamertempratuur en zeker niet koud of ijskoud!  Dagelijks moet het water ververst worden, op warme dagen moet het  water meerdere malen ververst worden.

Met dank aan: Jura & Herman Berkhout, Valkparkiet kwekerij "de Valk".

--------------------------------------------------------------------------------------